Het is weer tijd om richting huis te gaan. We pakken de spullen in en gaan ontbijten. Hoewel het een Frans hotel is, is er niets mis met het ontbijt. Gisteren hadden we niet meer verwacht dan een croissant en jam, Er bleken ook nog enkele andere broodjes te zijn en chocoladepasta. Vleesbeleg was iets te veel gevraagd, maar er was wel yoghurt. Niets mis mee dus. Na het ontbijt gaan we terug naar de kamer. Alhoewel kamer een groot woord is. Een slaapruimte dekt de lading beter. Er staan twee bedden en een stoel met een tafeltje. Achter het bed is er precies voldoende ruimte om zijdelings langs af te lopen. En er is een douche en een toilet. Het is wel een vereiste dat als de één gaat douchen, de andere niet naar het toilet gaat. Of het moet zo zijn, dat degene die op het toilet zit, net zo nat wil worden als degene die onder de douche staat. De natte ruimte is namelijk niet veel groter dan 120x80cm. Ach, alles is er. Het is zuiver en het komt allemaal niet op een paar centimeter. Meer hebben we niet nodig.
Gisteren hebben we rondgewandeld door Ieper. Een stad die op elk moment herinnert aan de Eerste Wereldoorlog. Vandaag gaan we de omgeving van deze stad bekijken. Nog meer monumenten. Nog meer locaties van niet vergeten. We hebben er zin in. We checken uit bij het ontbijt, en gaan net voor de Belgische grens lunch kopen bij Lidl. Korte tijd later zien we een hele bijzondere kerk staan in het plaatsje Comines op de Frans-Belgische grens. We maken een korte stop en wat foto’s en dan rijden we door naar Provinciaal Domein De Palingbeek. Een natuurgebied waar toch ook wel heel veel geschiedenis van de Eerste Wereldoorlog te vinden is. We zien een monument dat bestaat uit een soort van gestileerde schedels. Voor elk oorlogsslachtoffer dat in België is gevallen in 1914-1918 één. In totaal 600.000 van die gestileerde schedels. Heel indrukwekkend. We zien mijnkraters in het park en een ander beeld waarin 600.000 dog-tags zitten. Als je dat allemaal ziet, wordt je vanzelf wel even stil om een poging te doen om het allemaal te bevatten.
We maken een korte stop bij Hill 60. Opnieuw enkele mijnkraters en een Australische bunker. Wat hier vooral opvalt is dat de Duitse en de Engelse frontlinie maar een meter of 10 van elkaar verwijderd waren. Bizar allemaal, en ook bijna niet te bevatten.
Dan gaan we door naar Hill 62. Hier is een klein museum, maar bovenal, er zijn loopgraven. Die wil ik heel graag zien. Niet te veel, want anders wordt je het al snel beu. We bekijken het museum, waar vooral de ouderwetse viewmasters indruk op ons maken, en dan gaan we naar buiten. De loopgraven in. Er zijn reviews die commentaar leveren dat de loopgraven hier nep zijn. Het zal best, maar waar zou je loopgraven kunnen vinden van meer dan 100 jaar oud, die nog in originele staat zijn. Volgens mij nergens. Bovendien gaat het wandelen door de loopgraven meer om het beleven van de geschiedenis om zo te kunnen bevatten wat er gebeurd is, dan om 100% zeker te weten dat de loopgraven hier 112 jaar geleden zijn uitgegraven. Echt of niet. Wij vinden het indrukwekkend. En helemaal als er ook nog eens een tunnel blijkt te zijn waarbij je gebukt door het water moet lopen. Ons hoor je niet klagen. Integendeel.
De volgende stop is het Anzac kerkhof. Dat ligt midden in de bossen. We wandelen erheen, en zien onderweg een bunker. We maken wat foto’s en gaan weer terug richting de auto. Als we daar bijna zijn, zien we een bordje staan.
Brothers in Arms memorial. 50 meter rechtdoor. Ik denk meteen aan het geweldige nummer van Dire Straits met de gelijknamige titel. Meteen gaat het door mijn hoofd. Honderden keren heb ik het 7 minuten durende nummer gehoord, en nog altijd vind ik dat het wel langer had mogen zijn. Als we de 50 meter hebben gelopen, dan blijkt het nummer van Dire Straits ook daadwerkelijk de inspiratiebron van dit enorme gedenkteken te zijn. De afmetingen doen Amerikaans aan. De eenvoud ook. De tekst van het nummer. De afmetingen en de eenvoud zorgen ervoor dat we zeer diep onder de indruk zijn van deze plek.
Dan is het tijd om naar Tyne Cot Cemetary te gaan. Het grootste militair kerkhof van de Gemenebest Naties ter wereld. Bijna 12.000 militairen liggen hier begraven. Ruim 8.300 daarvan zijn er tot op de dag van vandaag niet geïdentificeerd. De blik op de enorme hoeveelheid grafzerken is niet te bevatten.
We gaan een kopje koffie drinken vlak bij het New Zealand Memorial. Een eenvoudig stuk plaatsnijwerk, maar daarom niet minder indrukwekkend. Het wordt al laat, en ons plan om thuis te dineren, gaat niet lukken. We reserveren een tafel bij Wielercafé Welkom in Herentals. Dat is nog twee uur rijden van de plek waar we zijn.
We maken nog een korte stop bij The Brooding Soldier. Ook een indrukwekkend monument. Op de één of andere manier, straalt dit enorme beeld verdriet uit.
Als we in het wielercafé zitten, zijn we net op tijd om de laatste kilometers van Parijs – Roubaix te zien. We sluiten deze korte reis af zoals die is begonnen. Met wielrennen. De laatste drie kilometer voor de vrouwen. Heel het café is in spanning. Marianne Vos wint net niet. Of toch wel? Een fotofinish Het scheelt maar een paar centimeter of ze had gewonnen.
Onbewust denk ik aan het monument Brothers in Arms. Als het een paar centimeter had gescheeld, dan hadden velen er niet met hun strijdbroeders in de armen hoeven te zitten.


































































