België 2026

We willen deze ochtend op tijd vertrekken, dus gaat de wekker op de normale tijd. Oudenaarde wacht op ons. Niet dat we dat wisten, want we hebben nog nooit eerder aan het stadje gedacht. We hebben een wandeling van ongeveer 10 kilometer uitgestippeld. En toch. Anders dan anders. Niet zo heel gedetailleerd. Zo weten we niet waar we koffie kunnen drinken. Op zich is dat wel heel bijzonder. Ook over Oudenaarde hebben we niet veel uitgezocht. Goed, men noemt het ‘Het centrum van de Ronde van Vlaanderen’. Mooi, is alles wat we kunnen denken. We hebben een foto van het fraaie stadhuis voorbij zien komen. Er is een begijnhof, en enkele kilometers buiten de stad ligt een abdij. Voor ons meer dan voldoende om Oudenaarde niet langer op ons te laten wachten.

De verwachting is dat het wel druk zal zijn. Met name rondom Antwerpen. Niets is minder waar. We rijden zonder problemen naar Oudenaarde. Binnen twee uur na vertrek arriveren we op de parkeerplaats. Die hebben we wel uitgezocht, want we zijn fan van gratis parkeren. Het is druk op de parkeerplaats. Een vrouw wil oversteken. We laten haar voor. Ze roept naar ons, dat ze juist weggaat. We parkeren onze auto op de leegte die zij achterlaat. We kijken verder op de parkeerplaats en zien dat er geen enkele plek meer vrij is. Zo zie je maar. Vriendelijkheid loont nog steeds.

We beginnen de wandeling bij het museum van de Ronde van Vlaanderen. Het is nog gesloten. We zijn te vroeg. We besluiten om eerst koffie te gaan drinken. We zoeken op waar we dat kunnen, en vinden een plek die om 9 uur opengaat. Zijn we wel mooi op tijd. We genieten van de koffie en wandelen verder. Van cache naar cache. Al snel blijkt dat het niet onze cachedag is vandaag. Verschillende caches kunnen we simpelweg niet vinden. We lopen over de markt naar het stadhuis dat er al eeuwen staat en waarschijnlijk nog eeuwen zal staan. Maar het is kermis en hierdoor kunnen we het gebouw niet in zijn volle glorie bewonderen. Jammer, maar helaas. Ervoor terugkomen zullen we niet doen. We lopen verder richting de abdij. De stad uit. Langs het kanaal. Een reiger schrikt en vliegt weg. In de verte zien we de toren van de abdij. Althans, dat denken we. Als we dichterbij komen, blijkt dat er helemaal geen abdij meer is. Enkel nog wat restanten van de oude muren van de abdij. We genieten er niet minder om. Zeker omdat vandaag het weer ook nog eens meewerkt. We zien een picknickbankje en besluiten om een boterham te eten. We moeten wel stilzitten, want de tafel is behoorlijk gammel. Na de lunch wandelen we terug richting de stad. Tijd voor een kopje koffie. Na de koffie hengelen we nog een cache tevoorschijn, en dan is het tijd om op pad te gaan naar de drie iconische scherprechters die deze regio rijk is.

De eerste scherprechter is de Koppenberg. We zijn er niet bang voor. Zeker niet omdat we toch geen fiets bij ons hebben. We parkeren de auto en wandelen omhoog over de bekende kasseien. Een pittige klim is het wel. Chapeau voor degenen die menen hier als een zotte omhoog te moeten fietsen. We maken wat foto’s en gaan door naar de tweede scherprechter. De Paterberg. We parkeren de auto bovenaan en genieten van het uitzicht. En van de tekeningen op de weg die er nog gewoon staan. Het is namelijk pas 5 dagen geleden dat hier die zottekoppen rondtoerden. Namen die we wel kennen. Van der Poel, Pogacar. Noem ze maar op. We wandelen de Patersberg af en genieten van de rust die hier nu heerst. Af en toe een eenzame fietser. Maar dat is het wel.

Als we terug omhoog zijn gewandeld gaan we door naar de Oude Kwaremont. We parkeren de auto op het plein en gaan op weg. Als we een foto maken op de plaats waar het van ons wordt verlangd, moeten we even slikken. In de grond ligt een steen. Erop staat de naam Patrick Coyle. Eronder de datum 2 april 2016. We kennen de naam niet, dus zoeken we hem op. Patrick Coyle overleed op deze plek op 2 april 2016 tijdens de amateurtocht van de Ronde van Vlaanderen. Hij kreeg een hartaanval en viel van zijn fiets. 25 meter voor de top van de Oude Kwaremont, de derde scherprechter. Heel even weet die ons toch klein te krijgen. Dan wandelen we verder. Op naar de volgende cache die we niet kunnen vinden.

Als we weer bij de auto zijn, gaan we op naar de volgende stop. Alles in deze omgeving ademt wielrennen uit. Niet dat we dat een geweldige sport vinden, maar toch heeft het wel iets. We parkeren bij het monument voor Karel Van Wijnendaele, de vroegere organisator van de Ronde van Vlaanderen. We maken ook nog een korte stop bij een ander wielermonument.

Het is tijd om te gaan eten. Net voor de Franse grens. Kunnen we tenminste gewoon in het Nederlands bestellen. Dat gaat nu eenmaal iets gemakkelijker dan in het Frans. Na het eten rijden we ergens de grens over. Waar precies weten we niet, maar plotseling zijn de kentekenplaten van de auto’s niet meer wit met rood. We zijn dus in Frankrijk. We rijden door naar het plaatsje Ronk, niet al te ver van Roubaix (juist van die andere wielerklassieker). Nog nooit van gehoord? Dat is niet erg. Wij ook niet. De hotelkamer is klein. Maar alles is er. Meer hebben we niet nodig om over een paar uurtjes lekker te gaan Ronken.

guest
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties