We kunnen redelijk uitslapen deze ochtend. Na het ontbijt gaan we richting Ieper, het hoofddoel van deze korte reis. We gaan broodjes halen voor de lunch en parkeren de auto op de P&R. Het is er nog niet heel druk. Een stuk of wat auto’s en enkele campers. We lopen richting het centrum en zien een bordje staan. Route 42. Zin van het leven.
Nu weten we wel dat Ieper geen stad van Hosanna en Hiep Hiep Hoera is, maar dit is toch ook wel meteen heel erg zwaar. En toch. Het knaagt. We zijn nieuwsgierig. We volgen en al snel staan we op een oorlogskerkhof. Uiteindelijk komen we allemaal daar terecht, maar of dat de zin van het leven is? We denken van niet en gaan verder met de route die we hebben uitgestippeld. Al snel zien we een bord dat precies aangeeft waar we allemaal heengaan.

We lopen over de stadswallen en het is heerlijk rustig. Muren om een oude stad, die er alle vele eeuwen staan. Muren die een stad hebben beschermd tegen meer leed dan dat er is gebeurd. Muren die vele levens zin hebben gegeven. We zijn er stil van. We dalen de stadswallen af en lopen de stad in. Op zoek naar iemand die ons de weg kan wijzen. Al snel denken we dat dat heel lastig zal worden in een stad als deze. Want hier spreekt men de taal die is gedicteerd door ‘de economie van het niet vergeten’. Alles in deze stad staat in het teken van ‘De Grote Oorlog’ zoals WWI werd genoemd tot het uitbreken van WWII. Hier denkt men alleen maar aan het niet vergeten. Want zoveel is ons wel duidelijk. Als men vergeet, dan heeft deze plaats geen bestaansrecht meer. Maar of niet vergeten het doel van Route 42 is? Ik hoop het eerlijk gezegd niet, want dan heb ik namelijk een zinloos bestaan.
We wandelen de stad uit. Richting De Bib. Daar ligt een cache verstopt. Als we binnen zijn, zien we een grote collectie met bordspellen. We slenteren erlangs en bedenken dat het merendeel ook bij ons in de kast staat. Zinloos dus om hier te slenteren. We zoeken de cache, maken een sanitaire stop en gaan verder met de route.
Eerlijk gezegd weten we niet of we überhaupt wel Route 42 aan het volgen zijn. Bordjes zien we niet, en geen hond die ons de weg kan wijzen. We lopen onder de Menenpoort door. Talloze namen staan er op de muren van deze stadspoort. En tussen al deze zinloosheid gaan wij op zoek naar Route 42. We wandelen een stukje de stad in. Op zoek naar het standaardsouvenir voor ons. Een speldje. Een herinnering. Het liefst zo klein mogelijk, want ook een klein stukje metaal kan grote herinneringen oproepen.
We vinden niets. Althans niet iets wat ons qua prijs aanstaat. We kopen een munt. Iets wat we wel vaker doen als we enkel speldjes kunnen vinden die we te duur vinden. Ali heeft ons jaren geleden geholpen aan pinnetjes die we ergens op kunnen lijmen, zodat we dan toch een speldje hebben. Want uiteindelijk gaat het ons om die herinnering, en niet om het speldje. We wandelen weer naar de stadswallen. Eten een broodje op een bankje. Het weer is nog heerlijk. We hebben een jas aan, maar daaronder enkel een T-Shirt.
We zoeken verder naar Route 42. Weer de stad in. Over de markt, langs de Lakenhal. Op zoek naar een Iers kruis. Want ook de Ieren dienen herinnerd te worden. We wandelen en we wandelen. We drinken nog een kop koffie. En zien het steeds drukker worden in de stad. Dit weekend is er namelijk ook nog een circusfestival. Veel straattheater beloofd alleen maar extra drukte. We wandelen en genieten. Ondanks de treurnis die overal in deze stad voelbaar is. Treurnis die je onbewust, bewust maakt van alle ellende die hier heeft plaatsgevonden. Ellende die er eigenlijk voor zorgt dat levensvragen er eigenlijk niet toe doen.
En toch zoeken we verder naar Route 42. Want we zijn nieuwsgierig. We zoeken een cache. Vinden die niet. Wandelen verder. We hebben nog veel tijd over voordat het etenstijd is. We kijken op de kaart, en zien een wandeling met caches rondom een meer liggen.
We zijn er zeker van dat we daar Route 42 niet zullen vinden, maar het is een lus rondom een groot water. Altijd mooi, en ook een manier om even te vergeten wat we niet mogen vergeten. De caches zijn niet ons ding. We willen genieten van de natuur, en besluiten om een seconde of 42 te zoeken naar een cache voordat we verder wandelen. We genieten van de natuur en gaan terug de stad in. Een hapje eten. Vlaamse frieten, want dat hoort er natuurlijk wel bij als je een paar daagjes in het Vlaamse land bent. We hebben nog tijd genoeg. Het is nog geen half zeven en om acht uur is pas The Last Post onder de Menenpoort.
Iets dat je gezien moet hebben. Of toch niet? We kijken waar we het beste kunnen gaan staan, en komen tot de conclusie dat als je iets wilt zien dat je er uiterlijk om 19:00 uur dient te staan. En het heerlijke weer van deze middag is inmiddels ingeruild voor een ijzig koude wind. We bekijken wat foto’s op internet en zien dat het er eigenlijk altijd druk is. Aangezien grote druktes allesbehalve ons ding is, beginnen we nu toch wel heel erg te twijfelen. Marieke belt met het thuisfront en krijgt te horen dat het vaak een dringen van jewelste is.
Niets geen vriendelijk die ons een plekje oplevert net zoals gisteren. En als er iets is waar we beiden absoluut geen zin in hebben, dan is het om een uur kou te lijden om vervolgens niets meer te kunnen zien. We besluiten om The Last Post aan ons voorbij te laten gaan. We gaan op pad naar site John McCrae. De plek waar de Canadese legerarts John McCrae het wereldberoemde gedicht ‘In Flanders Fields’ schreef. Eerlijk gezegd. We kennen het verder niet. We lezen het, en zijn er stil van. We lopen over het kerkhof waar honderden kruizen staan, waar evenveel soldaten onder liggen die in ‘De Grote Oorlog’ zijn gesneuveld. Op één kruis staat de naam J. McCrae. Een andere militair dan de dichter, maar het maakt wel dat het allemaal nog beter binnendringt. We lopen terug naar de auto en denk na over de wandelroute van vandaag. Ik kom tot de conclusie dat we Route 42 allemaal lopen. Elke dag verder en verder. En op het moment dat we het antwoord weten, dan zijn we aan het eind van de route en kunnen we het niemand vertellen. We kunnen dan enkel nog hopen dat we zelf voor een ander behoren in de categorie van het niet vergeten.












































































