Na gisteren Little Finland te hebben aangedaan, is het vandaag ook weer tijd voor roodgesteente. Daar kunnen we eigenlijk geen genoeg van krijgen. In de loop van de jaren hebben we al veel mooie ‘rode’ natuur gezien, maar toch blijft het ons trekken.
Vanochtend was het buiten aanganaam toen we de deur van de hotelkamer openden. 21 graden. Ik moet er wel even bij vermelden dat de klok net 7 uur geslagen had. Dus dat beloofde wat voor de rest van de dag. En ik kan alvast verklappen, het werd ontzettend warm vandaag. De tweede stop van vandaag bracht ons bij Yant Flats. Toen we daar aankwamen hadden we al direct een uur verloren. En niet omdat we zo getreuzeld hadden, maar omdat de klok verzet moest worden. Nu scheelt het nog maar 8 uur met Nederland.
De temperatuur was nog altijd aangenaam om te wandelen. En we genieten dan ook van de wandeling naar de Yant Flats. Daar aangekomen zien we een schitterend schouwspel van gekleurde golven. Het lijken allemaal lagen, maar het is een groot gesteente geweest dat uitgesleten is. Paul daalt het pad verder af naar beneden en maakt nog een paar foto’s van dichtbij. Hoewel het geen al te lange afdaling was, is het poppetje beneden best wel klein ten opzichte van de golven. Voldaan lopen we weer terug richting auto om verder onverhard koers te zetten naar de volgende attractie van vandaag, de Babylon Arch.
Het zijn geen van alle toeristische trekpleisters te noemen, maar kleine schitterende parken die door het grote publiek overgeslagen worden. En ik snap dat aan de ene kant ook wel, met bijvoorbeeld Zion NP om de hoek liggend. We zien dan ook maar heel weinig mensen. Maar nog altijd meer dan gisteren, want waar hebben we in het Kleine Vinland geen andere wandelaars mogen aanschouwen. De mensen die we vandaag zien, zijn Amerikanen die in eigen land een korte vakantie hebben. We hebben een tijdje in de schaduw staan kletsen met een stel uit Idaho. Die schaduw was zeer wenselijk, want het kwik steeg tot ruim 36 graden. Idaho, dat kennen we wel. Van het blauwe gras in Boise tot aan de beroemde Idaho’s Potatoes. Maar de Idaho Potatoes waren nog wel ruim 200 kilometer van de woonplaats van deze mensen vandaan. Ze vonden het bijzonder dat wij de Amerikanen zo vriendelijk en behulpzaam vonden. We nemen weer afscheid en ieder vervolgt zijn eigen weg.
Vanwege de warmte hadden we al besloten om de wandeling flink in te korten. Bovendien viel het niet mee op op het juiste pad te blijven. Telkens waren we het pad kwijt. Er stonden wel een paar borden, maar niet teveel. Je moest je eigen weg maar vinden. Dit was ook al zo bij de Yant Flats van vanochtend, ook daar raakten we soms van het padje. Zonder GPSr zijn deze routes eigenlijk niet te doen. We waren blij dat we uitkwamen bij een rivier. We hebben daar even de broodnodige verkoeling gezocht alvorens we weer verder konden gaan. Door in de rivier te gaan staan, zagen we wel nog even een mooie arch, die we vanaf de kant niet gezien hadden. Na de verkoeling en het praatje met het stel uit Idaho volgende een heuse beproeving. Het pad ging steil omhoog door het losse zand. Als we even uitgerust hadden, hadden we na 30 meter verder gelopen te hebben al niet meer het idee dat we zojuist gerust hadden. Ik heb gedacht dat het me niet zou lukken om boven te komen, maar een andere weg terug naar de auto was er niet. Maar uiteindelijk is het prima gelukt, anders kon ik nu het verhaaltje niet zitten te typen. Maar het was een zware kluif. De combinatie hitte en los zand is geen gemakkelijke. Het landschap is wel meer dan de moeite waard. Moe maar voldaan, gaan we via een virtual cache van een standbeeldje richting het hotel. Nog een hapje eten en de dag is weer omgevlogen.






























Inderdaad hier word je vrolijk van erg mooi groetjes en voor straks welterusten en we kijken weer uit naar morgen.