Het zit er weer op. Onze jaarlijkse vakantie. We pakken alles in en iets na negen uur nemen we afscheid van Oma. We geven ons huis weer terug en gaan op weg naar huis. Een behoorlijke rit, die de afgelopen jaren telkens één groot drama was. File na file. En vertragingen van twee uur of meer waren telkens vrij normaal.
We besluiten dan ook om maar te kijken waar het schip strandt en wat we gaan doen onderweg. Kortom, we hebben helemaal niets gepland. En dan komt er meteen een uniek vermogen van ons bovendrijven. We zijn namelijk heer en meester in het uitzoeken van plaatsjes waar nagenoeg helemaal niets te beleven of te zien valt.
Het gaat allemaal vrij voorspoedig en we besluiten om een kop koffie te gaan drinken. Terwijl we de koffie zitten te drinken, zoeken we een stop uit om een stukje te gaan wandelen. Op de kaart zien we het plaatsje Bergheim. Er liggen verschillende caches volgens de kaart en er is nog geen enkele smiley te zien op diezelfde kaart. Dat betekent dat we er nog niet eerder zijn geweest. Na iets meer dan anderhalf uur rijden parkeren we de auto. Het ziet er in elk geval veelbelovend uit. Een oude stadspoort flankeert de toegang tot de stad. We maken een foto en lopen onder de poort door.
Rechtstreeks een bouwput in. Het stadje ligt namelijk open. Waarschijnlijk voor een herinrichting van het gebied. Feit is, dat er zo niet bijster veel aan is. Ach. Maakt eigenlijk ook niets uit. We doen de Adventure Labs en gaan een kop koffie drinken. Het is heerlijk op het terras.
Op het terras zit ook een vrouw die al behoorlijk op leeftijd is. Ze zit alleen aan een tafel, maar heeft het grootste woord met haar buurman en buurvrouw. Ook een stel dat al behoorlijk op leeftijd is. De ober kletst en lacht vrolijk mee. Ze zegt dat ze nog altijd op jacht is naar jonge mannen.
Oei, dan moet ik uitkijken. Want in haar ogen ben ik nog steeds een jonge God bedenk ik me. Ik ga snel naar het toilet. Als ik terugkom, heeft iedereen nog steeds de grootste lol. De vrouw roept: “Van lachen word je knap, kijk maar naar mij!” Snel rekenen we af en gaan we terug naar de auto.
Rond de klok van drie uur rijden we Nederland binnen. We hebben onderweg slechts 1 korte file gehad, waar we een minuut of vijf vertraging door hebben opgelopen. Gelukkig maar. Zoals getikt, is dat de laatste jaren wel eens anders geweest.














